aanvragen
theorie opleiding volgen
Informatie
oefenen
voertuigcontrole
home
Links

Ook een bezoekje waard:

 

Voertuigcontrole

Controle vragen aan het begin van het CBR praktijkexamen. Voor het praktijkexamen worden door de examinator vragen gesteld over de banden, motor of het dashboard.

Als je deze site kent dan kun je de vragen met vertrouwen tegemoet zien. Tip: Print deze pagina.

Banden:

Wat moet de minimale profieldiepte zijn en waar wordt die gemeten? Profieldiepte minimaal 1.6 millimeter, deze wordt gemeten in de 3 hoofdgroeven.

Waarom zit er profiel op een band? Om het water af te voeren als je snel door een plas rijdt, anders ga je varen/slippen in plaats van rijden (aquaplaning).

Hoeveel druk moet er ongeveer in een band zitten en waar is dat te vinden? Bandendruk ± 2 – 2.5 bar, te vinden in het instructieboekje van de auto en/of op sticker ergens in de auto. Vaak ook op een kaart bij de benzinepomp.

Waarom moet er een dopje op het ventiel? Op het ventiel moet een dopje zitten zodat er geen zand in kan komen, want anders kan het zand bij het oppompen onder de afsluiting van het ventiel komen waardoor deze lucht kan gaan lekken.

Wat heb je nodig als je onderweg een lekke band krijgt? Bij een lekke band heb je een reservewiel, een krik en een dop- of kruissleutel nodig deze vind je in de kofferbak onder de mat.

De slijtage van het bandenprofiel moet gelijkmatig verdeeld zijn. De zijkant mag geen beschadigingen hebben waardoor je de koordlagen kunt zien. Ook mogen in de zijkant geen droogte scheurtjes zitten.

Een te zachte band rolt zwaarder en de auto gebruikt daardoor meer benzine wat slecht is voor het milieu, hij stuurt zwaarder, de band zal meer slijten en de wegligging/koersvastheid is slecht, vooral in bochten.

Een te harde band kan gaan stuiteren.

Hoe moet je een band verwisselen?

De auto op de handrem zetten. Het reservewiel met de krik en (kruis)sleutel uit de kofferbak halen. De krik onder de auto plaatsen op de daarvoor bestemde plaats nabij het bewuste wiel. De auto een beetje omhoog draaien. Het wiel moet de grond nog blijven raken, dan eerst de moeren van het wiel allemaal één slag losdraaien anders gaat het wiel meedraaien. Daarna de auto verder omhoog krikken en de moeren geheel los draaien. Het wiel verwisselen en de moeren handvast draaien de auto laten zakken tot deze de grond raakt dan de moeren kruislings stevig vast draaien. Als de auto geheel op de grond staat de moeren met een momentsleutel kruislings allemaal de juiste spanning geven.

Motor:

Voor andere automerken zie "OEFENEN"

motor toyota

De motorkap ontgrendelen doe je van binnen uit de auto, het klepje links naast het stuur naar je toe trekken.

Olie peilen: peilstok eruit trekken, schoon maken, terug plaatsen, er opnieuw uit trekken en controleren de olie moet tussen de minimum en maximum streep zitten, dit doe je voor het rijden. De auto moet wel ongeveer vlak staan.

De accu is de batterij van de auto en zorgt voor de stroom voorziening. Accu vloeistof controleren, met muntstuk dopjes los draaien, niveau controleren, bijvullen met gedestilleerd ofwel gedemineraliseerd water.

Controleren: koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof, remvloeistof en koppelingsvloeistof. De rem- en koppelingsvloeistof dient om druk te verplaatsen. De ruitensproeiervloeistof vul je in de winter aan met ruitensproeier antivries.

 

Wat doe je als het een of ander stuk is? Naar de garage gaan.

 

Dashboard:

Brandstofmeter – Snelheidsmeter Toerenteller - Temperatuurmeter

Het driehoekje naast de benzinepomp wijst naar de zijde van de auto waar de tankdop zit. t)

Toerenteller geeft het aantal omwentelingen van de motor x 1000 per minuut.

dashboard mistlicht

Rode lampjes: Rem/handrem - Oliedruk (links onder) - Accu (rechts onder)

Gaat de (hand)remlamp branden onder het rijden dan is er iets met de remmen of het ABS (Anti Blokkeer Systeem) niet in orde, voorzichtig naar garage rijden.

Gaat de acculamp branden dan laat de accu zich niet meer op, als je stroom gebruikt raakt hij leeg, de auto niet afzetten en naar de garage toe.

Gaat de oliedruklamp branden dan direct stoppen en de motor meteen afzetten. Anders heb je kans dat de motor te heet wordt en vastloopt.

De groene lampjes geven aan dat het licht aanstaat.

Daarboven: links mistvoorlicht rechts mistachterlicht.

Het blauwe lampje geeft aan dat het grootlicht aanstaat.

Cruise geeft aan dat de cruisecontrole geactiveerd is.

dashboard

  1. verbruikscomputer
  2. waarschuwingslichten
  3. achterruitverwarming
  4. radio/cd
  5. temperatuurinstelling
  6. voorruitverwarming
  7. asbak
  8. cruisecontrole
  9. ruitenwisser
  10. bediening verbruikscomputer
  11. claxon
  12. klimaat controle
  13. airco
  14. ventilator
  15. luchtcirculatie 

Hoe krijg je je voorruit zo snel mogelijk schoon als deze bewasemd is? De luchtcirculatie op de voorruit zetten of de voorruitverwarming indien deze aanwezig is aanzetten , de ventilator hoog zetten, de kachel op warm zetten en de airco aanzetten.

Je moet de volgende knoppen weten te vinden:

Achterruitverwarming, waarschuwingslichten (bij pech en als je de laatste auto van een file bent), airco, kachel, luchtcirculatie, claxon.

Verlichting: de eerste knop op de richtingaanwijzer van je af draaien.

1e tik Stadslicht hiermee mag je alleen parkeren.

2e tik Dimlicht hiermee mag je altijd rijden.

Als je dimlicht op hebt en dan de richtingaanwijzer van je afdrukt zet je grootlicht op, een blauwe controlelamp gaat branden.

Mistachterlicht: 2e knop op de richtingaanwijzer draaien, dit mag alleen bij minder dan 50 meter zicht door mist of sneeuw.

Ruitenwisser: sproeien is de rechterhendel naar het stuur toe trekken, automatisch zal de ruitenwisser dan een paar keer wissen .

Ruitenwisser is de hendel rechts naast het stuur naar beneden doen.
1e tik is interval d.w.z. hij slaat met tussenpozen of automatisch bij een auto met regensensor,
de gevoeligheid is te variëren met de draaiknop.
2e tik is langzaam
3e tik is snel.

De hoofdsteun indien mogelijk op hoofdhoogte en 3 cm vanaf het hoofd afstellen.

De binnenspiegel zo afstellen dat de bovenkant onderkant en de linker zijkant van het achterraam nog juist zichtbaar zijn.

De linker buitenspiegel zo afstellen dat je een stukje van je eigen auto ziet en de horizon midden van de spiegel.

Stoel afstellen op hoogte, afstand en rugleuning.

Stuur op hoogte afstellen, de knop hiervoor zit onder het stuur.

 

Home | Aanvragen | Opleiding volgen | Informatie | Oefenen | Voertuigcontrole | Theorieboek bestellen | Contact | Sitemap